Trek vogels aan gedurende de hele winter met deze 6 weinig bekende struiken voor uw tuin

 

Terwijl merels en koolmezen in de winter tot tien procent van hun gewicht verliezen, kan uw tuin het verschil maken. Deze zes weinig bekende struiken lokken vogels met onverwachte winterbessen en schuilplaatsen, maar welke werken echt?

In de kou verliezen merels en koolmezen tot tien procent van hun gewicht; zonder extra voer redden ze het soms niet tot de ochtend. Toch kan een gewone tuin, slim beplant, veranderen in een winterasiel waar 20 tot 40 soorten aanlanden voor voedsel en beschutting. Terwijl de vogelstand in Frankrijk terugloopt, bieden juist bessenstruiken een stille levenslijn. Met een handvol weinig bekende keuzes blijft het in de tuin bewegen en klinken, ook als de dagen kort zijn.

Waarom vogels hulp nodig hebben in de winter

Een merel of koolmees kan in 1 ijskoude nacht tot 10 procent van zijn lichaamsgewicht verliezen. Over het hele seizoen heeft zo’n kleine vogel ongeveer 1 kg zaden, bessen en vetrijke kost nodig om op peil te blijven. Onderzoekers van het Muséum national d’Histoire naturelle signaleren dat schaarser wordende voedselbronnen bijdragen aan afnemende populaties in Europa, een trend die ook door BirdLife International wordt bevestigd. Hoe maak je van jouw tuin een veilige tussenstop?

Bessenstruiken: voeding en onderdak in één

Bessenstruiken leveren suikers, vetten en vezels precies wanneer insecten schaarser zijn, én ze bieden schuilplekken tegen wind en katten. Volgens Vogelbescherming Nederland versterken inheemse en soortenrijke beplantingen zowel voedselvoorziening als dekking. In een doordacht ingerichte tuin verschijnen zo 20 tot 40 vogelsoorten, van roodborst tot vink en koperwiek.

6 struiken die je tuin tot leven brengen

Kies robuuste, bij voorkeur inheemse soorten en laat bessen zo lang mogelijk hangen.

  • Callicarpa bodinieri (schoonvrucht): compacte struik met paarse bessen die in late winter worden gegeten.
  • Hypericum x inodorum (struik­hertshooi): zomerse gele bloemen, gevolgd door rode tot bruine bessen in nazomer en herfst.
  • Mahonia aquifolium (mahonia): groenblijvend, stekelig blad en blauwzwarte winterbessen; biedt uitstekende dekking.
  • Amelanchier lamarckii (krentenboompje): zoete, vroege zomerbessen die snel verdwijnen in snavels van merels en spreeuwen.
  • Sorbus aucuparia (lijsterbes): oranje trossen die vaak tot in de winter blijven hangen en lijsters lokken.
  • Viburnum opulus (Gelderse roos): felrode bessen in herfst en winter; visueel sterk en voedzaam voor laatkomers.

Welke struik past waar?

De schoonvrucht houdt van zon en goed doorlatende grond, bij voorkeur luw tegen oostenwind. Struikhertshooi is vergevingsgezind: gewone tuingrond en, eenmaal geworteld, best wat droogte. Mahonia en Gelderse roos doen het beter in vochtige, humusrijke grond, ideaal aan de schaduwzijde of nabij een sloot. Het krentenboompje en de lijsterbes verdragen armere, zandige bodems en passen mooi in een natuurlijke, halfopen beplanting.

Creëer een natuurlijke haag voor biodiversiteit

Combineer hoog (lijsterbes, krentenboompje) met middelhoge en lage struiken om etages te vormen waar vogels voedsel, rust en vluchtwegen vinden. Plant in groepjes van 3 voor massa-effect, mulcht met bladafval en laat wat takkenrillen liggen voor insecten en overwinterende egels. Snoei licht buiten het broedseizoen en spuit geen pesticiden; beide verminderen direct het voedselaanbod. Voeg een ondiepe waterschaal en 1 of 2 nestkasten toe: klein gebaar, groot verschil voor je wintergasten.

Fleur de Jong
Geschreven door Fleur de Jong

Fleur de Jong is een toegewijde redacteur bij Wijkraad de Overlaet, waar ze actuele en relevante nieuwsverhalen met precisie en inzicht brengen. Met een scherp oog voor detail en een passie voor lokale berichtgeving, zet ze zich in om de gemeenschap goed geïnformeerd te houden.